Return   Facebook

The Universal House of Justice

Ridván 2016

To the Bahá’ís of the World

Dearly loved Friends,

Met de komst van de Koning der Feesten is de periode van voorbereiding op het volgende wereldomvattende Plan voorbij: wij roepen de vrienden van God nu op tot een nieuwe vijf jaar durende inzet van moed, vastberadenheid en middelen.

De schare van de getrouwen van Bahá’u’lláh staat klaar. Institutionele bijeenkomsten die in de afgelopen maanden overal ter wereld zijn samengekomen hebben opeenvolgende geestdriftige signalen afgegeven om met deze machtige onderneming te beginnen. De opdrachten in de boodschap gericht aan de Conferentie van de Raadgevers worden nu al omgezet in doorslaggevende actieplannen. Tientallen jaren vol heldhaftige inspanningen hebben de gemeenschap gevormd en haar een mate van bewezen bekwaamheid om groei te bevorderen geschonken, die haar staalde voor dit moment. Vooral in de afgelopen twee decennia is deze zo vurig verlangde toename in bekwaamheid aanzienlijk versneld.

Gedurende deze periode heeft de toepassing van een zich ontvouwend kader voor actie de vrienden in staat gesteld om stap voor stap essentiële vaardigheden te ontwikkelen en te verfijnen door eerst eenvoudige daden van dienstbaarheid te stellen, wat leidde tot uitgebreidere actiepatronen die, op hun beurt, het ontwikkelen van nog complexere capaciteiten vereisten. Op deze wijze is er in duizenden clusters een systematisch proces van ontwikkeling van menselijke hulpbronnen op gang gekomen, en in vele daarvan is dit ver gevorderd. De focus lag niet uitsluitend op de individuele gelovige, of op de gemeenschap, of op de instellingen van het Geloof; al deze drie niet te scheiden deelnemers in de evolutie van de nieuwe Wereldorde worden gestimuleerd door de geestelijke krachten die vrijkomen door de ontvouwing van het Goddelijk Plan. De tekenen van hun vooruitgang zijn steeds duidelijker te zien: in het vertrouwen dat talloze gelovigen hebben verworven om verhalen over het leven van Bahá’u’lláh te vertellen en de implicaties van Zijn Openbaring en weergaloze Verbond te bespreken; in de toenemende contingenten van zielen die daardoor werden aangetrokken tot Zijn Zaak en een bijdrage leveren aan het volbrengen van Zijn verenigende visie; in de vaardigheid van bahá’ís en hun vrienden om, juist aan de basis van de gemeenschap, welsprekend te beschrijven hoe zij een proces dat het karakter kan transformeren en het maatschappelijk bestaan vorm kan geven ervaren; in de aanmerkelijk grotere aantallen van hen die inheems zijn en die, als leden van bahá’í-instellingen nu de zaken van hun gemeenschappen aansturen; in de betrouwbare, vrijgevige en opofferingsgezinde schenkingen aan het Fonds, van zo wezenlijk belang om de vooruitgang van het Geloof te steunen; in de ongekende bloei van persoonlijk initiatief en gezamenlijke actie ter ondersteuning van gemeenschapsopbouwende activiteiten; in het enthousiasme van zo vele onzelfzuchtige zielen in de bloei van hun jeugd die dit werk een geweldige vitaliteit verlenen, in het bijzonder gericht op de geestelijke opvoeding van jongere generaties; in het verhogen van het devotionele karakter van de gemeenschap door regelmatige bijeenkomsten voor aanbidding; in de toenemende capaciteit op alle niveaus van bahá’í-bestuur; in de bereidheid van instellingen en personen om te denken in procestermen, door hun directe werkelijkheid te lezen en hun hulpbronnen in de plaatsen waar zij wonen in te schatten en op basis daarvan plannen te maken; in de inmiddels ingeburgerde dynamiek van studie, consultatie, actie en reflectie die een instinctmatige lerende houding heeft gecultiveerd; in het toenemende begrip van wat het betekent om uitvoering te geven aan de Leringen door middel van maatschappelijke actie; in de steeds vaker voorkomende gelegenheden die worden gezocht en aangegrepen om bij de heersende discoursen in de samenleving een bahá’í-perspectief naar voren te brengen; in dat een wereldwijde gemeenschap beseft dat zij, door de maatschappij-opbouwende kracht die inherent is aan de Zaak, met al haar inspanningen de opkomst van goddelijke beschaving bespoedigt; in het groeiende bewustzijn van de vrienden dat hun inspanningen om innerlijke transformatie te voeden, om de kring van eenheid wijder te maken, om samen te werken met anderen in het veld van dienstbaarheid, om bevolkingsgroepen te helpen de leiding te nemen over hun eigen geestelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling – en om met al deze inspanningen de verbetering van de wereld te bewerkstelligen – daadwerkelijk uitdrukking geven aan het eigenlijke doel van religie zelf.

Hoewel er geen maat te geven is voor de totaliteit van de vooruitgang van de Bahá’í-gemeenschap, kan er veel worden opgemaakt uit het aantal clusters wereldwijd waar een groeiprogramma is gevestigd waarvan wij, in dankbaarheid voor de zegeningen verleend door de Abhá-Schoonheid, kunnen bevestigen het boven de 5000 ligt. Een zo breed fundament was een vereiste om de taak waar de bahá’í-wereld nu voor staat aan te gaan: het versterken van het groeiproces in elk cluster waar het is begonnen, en het verder uitbreiden van een verrijkend patroon van gemeenschapsleven. De langdurige inspanning die vereist is zal moeizaam zijn. De uitkomst is echter potentieel van diepe betekenis, en kan zelfs tijdvak-bepalend zijn. Kleine stappen leiden als ze regelmatig en snel zijn, samen tot een zeer grote afgelegde afstand. Als de vrienden zich toeleggen op de vooruitgang die in een eerste periode in een cluster geboekt moet worden – bijvoorbeeld in de resterende zes cycli die voorafgaan aan de eerste van de tweehonderdste gedenkdagen – dragen zij in hoge mate bij aan het binnen bereik brengen van hun doel voor de hele vijf jaar. Elke cyclus is begiftigd met kortstondige gelegenheden voor een flinke stap voorwaarts, kostbare kansen die niet zullen terugkeren.

In de samenleving om ons heen nemen de symptomen van een steeds heftiger malaise van de ziel helaas toe in omvang en ernst. Hoe opmerkelijk is het dat u, terwijl de volkeren van de wereld lijden bij gebrek aan de ware remedie en zich ongedurig van de ene naar de andere valse hoop wenden, rustig en beheerst een instrument aan het verfijnen bent dat de harten verbindt met het Woord van de eeuwige God. Hoe opmerkelijk is het dat u, te midden van de kakofonie van gevestigde opinies en tegengestelde belangen die overal steeds heftiger wordt, erop gericht bent mensen samen te brengen om gemeenschappen op te bouwen die een toevluchtsoord van eenheid zijn. Laat de wereldse vooroordelen en vijandigheden, in plaats van u te ontmoedigen, u eraan herinneren hoe dringend zielen overal om u heen de helende balsem nodig hebben die alleen u hen kunt verstrekken.

Dit is de laatste van een reeks opeenvolgende Vijfjarenplannen. Bij het einde ervan begint er een nieuwe fase in de evolutie van het Goddelijk Plan, bedoeld om de gemeenschap van Bahá’u’lláh voort te stuwen naar de derde eeuw van het bahá’í-tijdperk. Mogen de vrienden van God in ieder land de belofte beseffen van deze enkele jaren die voor ons liggen, die een rigoureuze voorbereiding zullen zijn voor de zelfs nog indrukwekkender taken die nog moeten komen. De brede omvang van het huidige Plan stelt ieder individu in staat om dit werk te steunen, hoe bescheiden iemands bijdrage ook moge zijn. Wij vragen u, dierbare medewerkers, aanbidders van Hem die de Meestgeliefde der werelden is, om geen enkele inspanning te sparen om al wat u geleerd hebt, en alle door God gegeven mogelijkheden en vaardigheden die u bezit te benutten om het Goddelijk Plan vooruit te brengen naar het volgende essentiële stadium. Bij uw eigen vurige smeekbeden om hemelse steun voegen wij de onze, opgedragen in de Heilige Graftomben, uit naam van allen die werken voor deze alomvattende Zaak.

 

Windows / Mac